Pagina's

maandag 23 augustus 2010

Ding 8 Sociale netwerken

Al sinds het begin van internet komen mensen online bij elkaar rond een onderwerp dat hen bindt. Zo onstonden de eerste bulletin boards voor computeraars, gevolgd door nieuwsgroepen en forums. Mensen hebben duidelijk een behoefte om op internet gelijkgestemden te ontmoeten die dezelfde vragen en problemen hebben. Er zijn bijvoorbeeld nieuwsgroepen over zeldzame ziekten en forums over wetenschap en religie.


Medio jaren negentig kwamen de profielensites erbij. Bij profielensites draait het niet om een gezamenlijk onderwerp maar om de persoon zelf. Orkut en Friendster waren een van de eerste websites waar je je kan aanmelden, een eigen plek krijgt waarin je kan vertellen wie je bent, wat je doet en waar je in geïnteresseerd bent. Daarna kun je mensen uitnodigen om ook lid te worden van de site en vriend van je te worden.
Online vrienden bekijken elkaars profiel en delen foto's, bestanden en muziek met elkaar.
Hoe meer vrienden je hebt, hoe meer je gebruik kunt maken van wat anderen met je willen delen.

Profielensites, communities en vriendensites worden verzameld onder de naam 'social networks'.
Hyves, MySpace en Facebook richten zich vooral op de persoonlijke markt. Zakelijke netwerken zoals LinkedIn zijn sterk in opkomst. Professionals kunnen op deze manier vrienden van elkaar worden.
Ben je op zoek naar iemand? Zoek eens via de website wieowie of hij of zij aangesloten is op sociale netwerken.




Wie kent Schoolbank.nl niet? Via dit sociale netwerk kun je je klasgenoten van vroeger terugvinden.
Watleesjij.nu is de grootste boekencommunity van Nederland. Hier ontmoet je andere lezers en kun je zien wat zij lezen. Kijk ook eens op de online boekencommunities Dizzie en LibraryThing.

Achtergrondinformatie

Social networking in plain English (filmpje in het Nederlands)
Tien trends voor sociale netwerken in 2008 / Lode Broekman op MarketingFacts.nl
De rubriek Social networks op MarketingFacts.nl
Sociale netwerksites groeien door crisis / Adformatie, 27-7-2009

Opdrachten
  1. Word lid van een profielensite naar keuze (Hyves, Friendster, Facebook, MySpace) en richt je profiel in. Snuffel wat rond en maak vrienden!
  2. Catlogiseer je boekenkast met LibraryThing. Zoek wat titels op en voeg ze toe aan je virtuele boekenkast. Lees de recensies van anderen die het boek ook gelezen hebben en kijk naar hun leessuggesties. Probeer je boekenkast in LibraryThing te laten zien op je weblog.
  3. Word lid van een zakelijke community in je vakgebied (bibliotheekning of Archief 2.0 ). Welke mogelijkheden zie je voor CODA?
  4. Zoek je oud-klasgenoten op via Schoolbank.
  5. Schrijf een stukje op je weblog over je ervaringen met sociale netwerken.

maandag 9 augustus 2010

Ding 7 Social bookmarking en Delicious













Het delen van favorieten of bladwijzers wordt social bookmarking genoemd. Het wemelt op internet van de interessante en nuttige sites, artikelen, blogberichten, filmpjes en handleidingen die je later ook nog wilt kunnen terugvinden. Er bestaan verschillende sites waar je verwijzingen naar die webpagina’s kunt opslaan. Natuurlijk kun je ook in je browser een lijstje met favoriete sites maken, maar als je ze opslaat op een speciale sites zoals Delicious of Diigo staan ze op een centrale plek op internet.
Dat heeft het voordeel dat je ook bij je favorieten kunt als je op een andere pc werkt. Je kunt je bewaarde sites bovendien delen met collega’s, vrienden of onbekenden. Dat delen is het sociale aspect van social bookmarking.
Een ander voordeel van social bookmarking-sites is dat je tags kunt toevoegen aan opgeslagen webpagina’s. Misschien heb je al tags toegevoegd aan je blogposts of aan foto's in Flickr.
Taggen is het toekennen van trefwoorden of labels aan content (artikelen, foto’s, films, muziek, bookmarks). Tags maken content beter vindbaar omdat ze worden toegekend door ‘gewone gebruikers’. Die gebruiken namelijk andere zoektermen dan professionals. Je kunt veel hebben aan de tags van anderen. Op social bookmarksites krijg je vaak betere zoekresultaten dan bij een algemene zoekmachine als Google. De meeste web 2.0-sites maken gebruik van tagging. Op weblogs zie je vaak een tagcloud (trefwoordenwolk) die toont welke onderwerpen het meest populair zijn. Google is ook gevoelig voor tags, zo wordt het effect van vindbaarheidsverbetering door tags nog versterkt.



Ook steeds meer culturele organisaties zetten tagging in om hun materiaal beter te ontsluiten en terugvindbaar te maken. Vaak gebruiken ze een spelvorm om gebruikers te verleiden om tags toe te voegen. Zo heeft het Brooklyn Museum in New York het spel Tag You're it ontwikkeld. Iedereen mag meedoen om de catalogus te voorzien van tags. Gebruikers die trefwoorden toevoegen worden beloond met leuke filmpjes en maken deel uit van een competitie. Je ziet telkens een ‘tag-o-meter’ die aangeeft hoeveel tags je nog moet toevoegen om de volgende deelnemer in te halen.
Samen taggen wordt ook wel social tagging genoemd. Er is een Nederlandse site die inspeelt op de behoefte van mensen om iets bij te dragen aan een groter geheel. Op de site ikweetwatditis.nl roepen erfgoedinstellingen bezoekers op om tags toe te kennen aan onbekende objecten in hun collectie. De site is een initiatief van het Universiteitsmuseum Utrecht, Museon, Naturalis, het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, het Telematica Instituut en de Hogeschool Utrecht.

Social bookmarking wordt ook als kennismanagementinstrument binnen organisaties en bedrijven gebruikt. Alle opgeslagen sites van alle medewerkers vormen een handig informatiearchief. Je kunt binnen een instelling ook afspraken maken over de tags die je gebruikt. Dat vergemakkelijkt het opzoeken en vinden van informatie.

Achtergrondinformatie


Opdrachten

  1. Meld je aan bij  Delicious en maak een gratis account aan.
  2. Voeg enkele sites, artikelen, video’s en foto’s toe en voorzie ze van tags. Gebruik in ieder geval de tag codadingen zodat alle cursisten elkaars bladwijzers kunnen bekijken. Ontdek de voordelen van Tag Bundles.
  3. Zoek in Delicious naar informatie op je vakgebied.
  4. Herhaal de zoekactie in Google en vergelijk de resultaten.
  5. Schrijf een blogbericht over Delicious. Vermeld hoe je te vinden bent zodat de medecursisten je kunnen vinden. Zie je mogelijkheden voor jezelf of voor CODA?  Waarvoor zou CODA gebruik kunnen maken van social bookmarking websites?
  6. Neem je Delicious tagcloud op in je weblog.
  7. Als je nog tijd en energie over hebt, kijk dan eens op andere social bookmarking sites als DiigoStumbleUpOn of de Nederlandse TagMos.

maandag 26 juli 2010

Ding 6 Microbloggen met Twitter

Een van de meestbesproken Web 2.0 toepassingen van het moment is Twitter. Politici, auteurs, topsporters en bekende Nederlanders zijn fervente twitteraars. Ook bedrijven en organisaties zien het steeds vaker als een nieuwe vorm van communiceren. Kijk eens op Apeldoorn Online. Zelfs enkele historische figuren zijn op Twitter te vinden. Volg Charles Darwin op zijn reis met de Beagle, of Aletta Jacobs die je mee terug in de tijd neemt!
Neem eens een kijkje bij twitterende musea: Van Gogh Museum, het Stedelijk Amsterdam, Boijmans van Beuningen, en de Kunsthal. Ook bibliotheken zijn al druk met het plaatsen van tweets. Snuffel eens bij Enschede, Zeeuwse bibliotheek, Den Haag en het tijdschrift DigBib. En doe eens inspiratie op bij deze twitterende archieven: Nationaal Archief, Gelders Archief en het Archief Eemland.

Twitter is een eenvoudige 2.0 toepassing waarmee je in 140 tekens een berichtje (tweet) publiceert op het internet. Twitteren houdt het midden tussen Instant Messaging (chatten), SMS en bloggen en wordt dus ook wel microbloggen genoemd. Een twitteraar deelt zijn of haar persoonlijke ‘informatiestroom’, maar bepaalt zelf met wie: de hele wereld, of slechts één of enkele contacten. Je kunt je ‘abonneren’ op andermans tweets en anderen kunnen zich, als jij dat wilt, ook abonneren op jouw berichten. In Twitterjargon ben je dan iemands follower. Je krijgt vanaf dat moment alle berichten van die persoon te zien op je eigen Twitterpagina. Dankzij de functie Reply, waarmee je kunt reageren op iemands tweet, kunnen vervolgens korte conversaties ontstaan die lijken op chat, maar toch weer net iets anders zijn. Bijvoorbeeld omdat ook die reacties te zien zijn door je followers.
Een groot deel van het succes van Twitter is te danken aan de mogelijkheid om het te gebruiken vanaf de mobiele telefoon. Maar ook de Twitter website zelf wordt veel gebruikt, evenals Twitter clients als TweetDeck en Twhirl. Dit zijn programma’s die je op je computer installeert om zelf tweets te plaatsen en tweets van anderen te structureren en te lezen. Wanneer je het fenomeen liever vanaf een afstandje wilt aanschouwen, dan kun je uitgebreid zoeken in Twitter’s eigen zoekmachine, de eerste zoekmachine die zich richt op het  internet. Toen op Schiphol een vliegtuig neerstortte was dat nieuws wereldwijd meteen bekend via Twitter. Mensen die het zagen gebeuren stuurden daarover tweets en foto’s naar hun contacten, die vervolgens die berichten vaak weer via hun eigen netwerk verder verspreidden. Zo gebeurde dat ook met het drama tijdens Koninginnedag in Apeldoorn.

Achtergrondinformatie



Lees deze informatie voordat je gaat twitteren!

Hoe gebruik je Twitter: Do's and Don'ts / Melvin M. Tercan
100 ways to use Twitter in your library
Waarom twitteren zij? / Marie José Klaver
Twitter brengt bibliotheken dichterbij / Alice de Jong

Opdrachten

1. Maak je account op de Twitter aanmeldpagina.
2. Vul je Twitter profiel in, geef daarbij alleen die informatie over jezelf prijs waarvan je zeker weet dat je het met de hele wereld wil delen.
3. Wanneer je bent ingelogd, zie je een tekstvak verschijnen met plaats voor 140 tekens: typ daarin wat je nu aan het doen bent of te melden hebt. Nadat je je bericht hebt verzonden is het direct leesbaar voor de mensen die jou volgen: Je ’status’ staat nu immers online op http://www.twitter.com/jouwgebruikersnaam. Je kunt je status zo vaak updaten als je zelf wil.
4. Ga vervolgens op zoek naar personen en bedrijven of organisaties die jij wilt volgen via Find people. Zoek een paar van je medecursisten op. Op de pagina van de betreffende twitteraar vind je de ‘Follow’ knop. Als de ander zijn tweets heeft afgeschermd, dan moet je eerst toestemming krijgen.
5. Iemand die jij gaat volgen is mogelijk ook in jou geïnteresseerd en zal zich gaan abonneren op jouw berichten. Wil je niet dat een bepaalde persoon jou volgt, dan kan je die gewoon blocken.
6. Probeer Twitter te integreren op je weblog.

Bij het schrijven en lezen van tweets kom je enkele symbolen tegen die de volgende betekenis hebben:
  • D gebruikersnaam + bericht : Direct Message, een bericht direct gericht aan één persoon. Dit bericht is dus niet leesbaar voor iedereen, ook niet voor je followers!
  • @gebruikersnaam + bericht : Reply, een bericht bedoeld voor één persoon, maar leesbaar voor iedereen.
  • RT : een ReTweet is een eerder geplaatste tweet die is doorgestuurd. Hier treedt het sneeuwbaleffect in werking, omdat hiermee een bericht buiten een kringetje van volgers kan raken.
  • # : een hashtag wordt door twitteraars gebruikt om berichten rondom een bepaald onderwerp of evenement dezelfde tag mee te geven.

    Je kunt ook foto's of plaatjes toevoegen aan je tweets. Dit kan bijvoorbeeld met TwitPic. Je kunt hier gebruik maken van hetzelfde account dat je bij Twitter hebt.

maandag 12 juli 2010

Ding 5 Flickr verder ontdekken en online foto's bewerken

Zoals veel Web 2.0 sites moedigt Flickr mensen aan om hun eigen toepassingen te bouwen rondom de foto’s op de site. Via API’s (Application Programming Interface) hebben enthousiastelingen zogenaamde third party toepassingen en mashups gemaakt. Een mashup is een toepassing waarbij gegevens van de ene site gebruikt worden in een andere. Hier enkele voorbeelden:





  • Google Maps niet met Flickr foto’s, wel leuk als mashup. Zoek op een adres en je ziet enkele foto’s die er zijn genomen. Klik vervolgens op ‘meer foto’s, video’s en kaarten van gebruiker’.


















Een van de grappigste toepassingen van FD’s Flickr Toys is de Trading Card Maker. Gebruik een foto uit je Flickr verzameling of op je computer en maak er een kaart van.

Opdracht:
1. Ontdek en oefen wat met een van de hierboven genoemde Flickr mashups en third party toepassingen.
2. Schrijf er een bericht over op je weblog

Wil je er nog meer bekijken? Kijk eens rond op Flickr Bits and Pieces / webapps en The Great Flickr Tools Collection.

Online foto's bewerken
Image generators … dat klinkt heel ingewikkeld, maar is het niet. Met een image generator kun je op een zeer eenvoudige manier foto’s manipuleren en bewerken om ze bijvoorbeeld op je weblog te plaatsen. Je hebt geen duur fotobewerkingsprogramma meer nodig om toch mooie creaties te maken.
Het gaat erom dat je ontdekt wat de kracht is van social software. En om je creativiteit te (her)ontdekken!
Waar kun je online image generators vinden? Hier heb je er een paar:
 Nog drie handige toepassingen:
  • Picnik een eenvoudige manier om afbeeldingen bij te snijden of te verkleinen om geschikt te maken voor je blog. Een account maken is gratis.
  • Adobe Photoshop Express Kies Join - get started en maak een account aan.
  • Fotoaanpassen een fotobewerker in het Nederlands. Niks aanmelden, niks inloggen. Gewoon bewerken en als je klaar bent rechtsklikken op de foto om hem op te slaan op je harde schijf.
Opdrachten:
1. Zoek hieronder een image generator uit waar je kunt manipuleren met plaatjes en woorden en schrijf erover op je weblog.
2. Toon het resultaat van je bewerkingen op je weblog. Het plaatsen van een afbeelding gaat soms via het plaatsen van een HTML code in je artikel, soms via het “afbeelding invoegen” pictogram in de werkbalk van je weblog. En soms is het eenvoudiger door met de rechtermuisknop op het plaatje te klikken en het op te slaan op je computer. Vraag desnoods assistentie, of kijk op de weblog van een collega om te zien hoe die het heeft opgelost.

maandag 28 juni 2010

Ding 4 Online foto's



Websites die de mogelijkheid bieden om foto’s op te slaan bestaan al sinds de jaren negentig. Een website die het begrip “sharing” (delen) een flinke boost heeft gegeven en uitgroeide tot een levendige community, is Flickr. Om foto’s te beschrijven en terug te vinden, maakt Flickr gebruik van “tags”, of wat bibliothecarissen “trefwoorden” noemen.
Ga zelfstandig ontdekken wat deze site allemaal te bieden heeft. Leer hoe “tags” werken, wat “sets” en “groups” zijn, welke zoekmogelijkheden er allemaal zijn en wat mensen en organisaties met Flickr doen.


Achtergrondinformatie

Flickr op Wikipedia
Newbie's guide to Flickr
How to make Flickr work for your library: 50+ resources / Jessica Merritt

Bekijk het volgende filmpje





Opdrachten

1. Maak een gratis account aan bij Flickr en start je ontdekkingstocht. Snuffel wat rond en zoek een foto waar je een blogbericht over wilt schrijven. Zoek de URL van de foto op en zet die zo in het bericht dat de foto in het artikel wordt getoond. Kom je er niet uit? Vraag een collega om hulp of stel je vraag hieronder, bij de reacties. Wil je het netjes doen, neem dan even contact op met de maker van de foto en vraag om toestemming. Vermeld in elk geval een duidelijke bronvermelding.

Blogger heeft ook een korte uitleg over het plaatsen van afbeeldingen.

2. Kun je bibliotheken, archieven en musea vinden op Flickr? Zoek eens naar foto's uit de collectie van het Keramiekmuseum Princessehof.


3. Maak met je digitale camera wat opnames in of rond CODA. Upload de foto’s naar Flickr en voeg er tags aan toe. Als je de tag "CODA" aan je foto’s toevoegt, zijn de foto’s van alle CODA DINGEN cursisten eenvoudig te vinden.

Je hebt vast ook bij anderen gezien dat je “sets” kunt maken en zo foto’s kunt groeperen. Maak een set waarin je je CODA-foto’s plaatst. Vervolgens schrijf je een blogpost, waarin je een foto opneemt en misschien kun je ook een verwijzing maken naar de door jou gemaakte fotoset.

4. Kijk eens op de Nederlandse foto-hostingsites
zoom.nl
mijnalbum.nl en
Picasa
Schrijf in je blogpost naar welke site je voorkeur uitgaat en welke mogelijkheden je ziet voor CODA.


LET OP: als er duidelijk herkenbare personen op de foto staan, vraag dan altijd eerst om toestemming voordat je de foto op een openbare site publiceert. Upload ook alleen foto’s die je zelf hebt gemaakt (tenzij je het in opdracht van de fotograaf doet) en vermeld altijd de bron als je de foto van een ander gebruikt in een blogbericht op je weblog.

maandag 14 juni 2010

Ding 3 RSS en Netvibes




Al ooit gehoord van RSS? Zijn je die kleine oranje icoontjes op websites je nooit opgevallen? Als je beide vragen met ‘Nee’ beantwoordt is dat niet erg, want het blijkt dat RSS nog maar bij een klein deel van de internetters bekend is. En dat is jammer, want RSS maakt het voor jou als nieuwsgierige mens een stuk eenvoudiger om up to date te blijven op je vakgebied.

RSS staat voor “Really Simple Syndication”. Als een website is voorzien van RSS, dan zal je doorgaans een van de symbolen zien zoals hierboven. Via een speciale toepassing, een nieuwslezer of feed reader, ontvang je de headlines van elk nieuw bericht dat op de website verschijnt.

En wat heb je daar nu aan? Je hebt vast wel een lijst van websites die je regelmatig bezoekt omdat die belangrijk voor je zijn. Dat kost veel tijd en soms is er geen nieuws op de site, of kwam je te laat en bleek een artikel geen nieuwswaarde meer voor je te hebben. Met RSS en een nieuwslezer behoort dat tot de verleden tijd, want het nieuws komt nu automatisch naar je toe en dat spaart tijd!

Om RSS feeds te ontvangen kun je verschillende toepassingen gebruiken (online en offline). Bekend zijn Bloglines, Pageflakes, het Nederlandse Symbaloo en Google Reader, maar onze favoriet is Netvibes.

Deze week ga je ontdekken wat RSS voor jou kan doen en daarbij maak je gebruik van Netvibes. Wil je liever een andere reader gebruiken? Ga je gang!

Achtergrondinformatie

* Dossier RSS bij “Computers in de klas”
* Screencast over Netvibes
* Waarom komt RSS in Nederland nog steeds niet van de grond?/Ferry den Dopper
* je collega’s: vraag eens rond wie van hen al iets met RSS doet en leer ook van hen.

Opdrachten

1. Lees de achtergrondinformatie over RSS en nieuwslezers door. Als je nog andere informatieve websites vindt, laat dat dan in een reactie hieronder weten.

2. Maak een account aan, bij voorkeur bij Netvibes of Google Reader. Om een account te maken is je e-mailadres en een wachtwoord voldoende. Bekijk ook de instellingen die je kunt aanpassen en kies een mooi sjabloon uit. Behoefte aan hulp? Hier staan enkele instructies voor Netvibes (in beeld en geluid!).

Het aanmaken van een account
RSS feeds toevoegen
RSS feeds lezen
Kies je voor Google Reader, dan kun je daar nu gewoon mee beginnen. Het voordeel is, dat het al gekoppeld is aan je Gmail account.

3. Voeg onderstaande RSS feeds toe aan je RSS reader. Het enige dat je hoeft te doen, is op zoek te gaan naar het RSS symbool en de onderliggende snelkoppeling te kopieren en te plakken (bij Netvibes “Inhoud toevoegen > een feed toevoegen”).

CODA
De Vereniging van Openbare Bibliotheken
Een van de vele feeds van de NOS
DOK Delft

4. Voeg de feeds toe van de blogs van je collega’s in jouw groep. Je vindt de URL's van hun blogs in het voortgangsdocument.

5. UITERMATE BELANGRIJK! Voeg ook de RSS feeds toe van dit CODA Dingen blog zodat je weet wanneer er nieuwe berichten verschenen zijn.

6. Tenslotte ga je de NLbiblioblogs wiki bezoeken. Een vrijwel compleet overzicht van weblogs in de Nederlandsetalige bibliotheeksfeer. Ieder van die blogs heeft uiteraard RSS, maar op de wiki zelf staan ook twee interessante RSS feeds om ALLE nieuwe berichten op die blogs te ontvangen.

7. RSS werkt pas goed, als je het opneemt in je dagelijkse routine. Breid je abonnementen uit, verwijder af en toe eens wat, maar bekijk ze vooral regelmatig. De beste manier om dat te doen, is door je RSS programma altijd “open” te hebben staan en af en toe eens te kijken of er nog nieuwtjes zijn. Maar pas op: het is verslavend :-)

maandag 31 mei 2010

Ding 2 Veiligheid en privacy op internet

Spelen en werken met web 2.0 toepassingen is leuk, handig en als je wilt leer je er veel nieuwe mensen mee kennen. Een gebruikersaccount bij een sociaal netwerk als Hyves en Facebook, is zo gemaakt, foto’s van activiteiten zijn in no-time geüpload en een blogberichtje is in een paar minuten geschreven.


Toch is het goed om bij een aantal zaken stil te staan:

  1. Bepaal of je je bij web 2.0 websites wilt aanmelden met je echte voor/achternaam, je werkmailadres en je werkelijke geboortedatum en woonplaats. Dit zijn gebruikelijke vragen die je gesteld worden tijdens een aanmeldprocedure. Realiseer je dat anderen wel eens op je naam kunnen Googlen.
  2. Op elke computer met internettoegang heb je toegang tot je Web 2.0 sites. Werk je niet op je eigen computer, meld je na afloop dan altijd uit. Doe je dat niet, dan kan degene die na jou dezelfde site bezoekt jouw account gebruiken
  3. Gebruik voor de websites waar je persoonlijke dingen doet (bijv. je webmail, je foto’s) een goed en veilig wachtwoord. Voor websites waar je niet zo vaak gebruik van denkt te maken een andere, maar steeds dezelfde gebruikersnaam/wachtwoord combinatie. Voor je het weet heb je tientallen accounts!
  4. Zoals gezegd, aanmelden is zo gedaan. Maar hoe kom je weer van je account af? Zelden wordt die informatie gegeven, maar als je op Google zoekt met de termen ‘naamvandewebsite delete account’ kom je wel tips tegen
Achtergrondinformatie
Web 2.0: vooruitgang of gevaar? / Justine Pardoen op Mijnkindonline.nl
De wet op internet / Arnoud Engelfriet
Mijn Kind Online  website over internetgebruik door kinderen
Recensie van afstudeerscriptie "De juridische valkuilen voor de werknemers 2.0" van Mieke Kreunen door Annemarie van Essen
Stop identiteitsfraude website over deze steeds vaker voorkomende vorm van criminaliteit

Opdrachten

  1. Zoek op Google naar je naam (gebruik aanhalingstekens zoals “jan jansen” of “juf pietersen”). Ben je al onderwerp van gesprek geweest op een weblog, een Hyvespagina of forum?
  2. Schrijf een bericht over dit onderwerp op je weblog.

Uiteraard noem je géén voor anderen herkenbare situaties of namen. En maak het niet té persoonlijk.